Dienstverlening voor heemtuin, schooltuin en voedselbos

Welkom » Organisatie » Werkwijze

WERKWIJZE

Biodiversituin werkt vanuit de visie dat lokale natuurlijke en sociale ecosystemen de sleutel zijn tot het blijvend verbeteren van onze leefwereld. Begin bij je eigen huis, school en straat; wees rentmeester van het stukje natuur waar je zelf deel van uitmaakt. Zodra je beseft dat je onderdeel bent van de natuur, verdwijnt de behoefte om de natuur te beheersen en ontstaat een verlangen om samen te werken. Samenwerking vindt plaats op verschillende niveaus: tussen plant, dier en mens, tussen generaties, tussen opdrachtgever en ontwerper en tussen vakmensen uit de groensector. Dan ontstaan de mooiste resultaten!

 

Participatie is van groot belang bij de realisatie van deze visie. Door als opdrachtgever mee te denken en te werken met de realisatie van de opdracht, wordt het iets van jezelf. De oplevering van de opdracht is dan niet het eindpunt, maar juist het begin van jouw samenwerking met de natuur. Biodiversituin zet zich in voor het op toegankelijke wijze delen van kennis en vaardigheden, zodat jouw heemtuin, de dorpstuin of de moestuinbak bij de Bso jaren later nog steeds met plezier gebruikt en verzorgd worden. 

Biodiversituin ontwerpt buitenruimtes die in balans zijn met de natuur. Dat houdt in dat wij rekening houden met de natuur die er al is en deze willen optimaliseren. Belangrijke elementen in onze adviezen en ontwerpen zijn:

 

Genius loci - de 'geest van de plek' is bepalend voor de conceptontwikkeling, stijl- en beplantingskeuzes en de integratie van functionaliteit. Een tuin staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van een cultuurhistorische en natuurlijke omgeving en wordt met dat erfgoed in gedachten ontworpen. 

 

Bodem - De gezondheid van je tuin begint bij de bodem. Wie zich in het bodemleven verdiept, raakt onder de indruk van de complexiteit en het belang van dit ecosysteem. In de bodem wordt afval omgezet in voedingsstof voor nieuw leven. Een gezond bodemvoedselweb maakt planten weerbaar tegen ziekten, plagen en weersomstandigheden.  Die gezondheid bevorder je door de bodem zo min mogelijk te verstoren (door niet spitten), te beschermen (met bodembedekkers en mulch) en te voeden (met regenwater en compost).

 

Inheems of exotisch, wild of gecultiveerd - Wij baseren onze beplantingskeuze met name op natuurwaarde: wat doet de plant voor de natuur? Daarnaast is uiteraard ook de belevingswaarde belangrijk: hoe past de plant binnen het concept en de beleving van de tuin? Inheemse, wilde planten hebben bijvoorbeeld een hoge natuurwaarde, maar zijn niet allemaal even geschikt voor een siertuin. Aan de andere kant van het spectrum staan ver doorgekweekte, exotische soorten. Die hebben nauwelijks natuurwaarde (als waard- of drachtplant) maar zijn visueel zeer aantrekkelijk. Een combinatie van inheemse wilde planten met stinzenplanten, ecologisch gekweekte planten en verwilderingsbollen levert vaak een ecologisch sterk en visueel aantrekkelijk resultaat op.  

 

Grijs, groen en blauw - Hoe maak je een tuin klimaatbestendig, nu het weer steeds extremer wordt? Enorme hoosbuien, droogte en tropische warmte wisselen elkaar af. Door grote oppervlakten verharding kan het water niet wegzakken, maar door een groene bodem zakt het regenwater eenvoudig weg. Je regenpijp afkoppelen van het riool is al een goede eerste stap. Verder kun je in droge periodes slim gebruik maken van opgeslagen regenwater. Wist je dat op hete zomerse dagen het verschil tussen een groene plek en grijze plek kan oplopen tot wel 8 graden! Een mulchlaag (laat de bladeren in de herfst dus op je borders liggen) op de bodem beschermt gevoelige planten in de winter tegen vorst, fungeert als isolerende laag voor allerlei tuindieren, onderdrukt de groei van onkruid en houdt de grond langer vochtig na een regenbui. 

 

Materialen - Een biodiverse tuin wordt zo duurzaam mogelijk aangelegd. Oude materialen worden zo veel mogelijk hergebruikt en nieuwe materialen hebben een duurzame herkomst en productie. Veel materialen en planten kunnen hergebruikt worden bij de renovatie van een tuin. Zo kunnen stenen opnieuw gebruikt worden in herbestrating of stapelmuurtjes. Grond op andere plekken in de tuin gebruiken voorkomt transportkosten; hoogteverschillen zorgen bovendien voor een verrassend reliëf en variatie in vochtigheid. Snoeimateriaal kan gebruikt worden als compost, kweekplek voor paddestoelen of woonplaats voor insecten en andere dieren.

 

Permacultuur - De filosofie van de permacultuur brengt alle bovenstaande uitgangspunten samen. Perma(nent Agri)culture heeft tot doel een samenwerking tussen mens en natuur te creëren, die gericht is op de lange-termijn-overleving van beiden. Om dat te bereiken dient de mens een functioneel ecosysteem om zich heen te ontwerpen, dat de sterkte en veerkracht van een natuurlijk ecosysteem heeft. Ieder organisme heeft meerdere functies in het ecosysteem en elke functie wordt door meerdere organismen ondersteund. De belangrijkste bouwstenen voor een permacultuurontwerp zijn de ecologische factoren zon, water en wind. Door deze op doordachte wijze met elkaar samen te laten werken, kunnen functionele systemen ontworpen worden die voorzien in voedsel, zuiver water, brandstof, bouwmaterialen en medicijnen. Deze principes zijn ook goed te gebruiken in de tuinarchitectuur. Onderdeel daarvan is het werken met 7 beplantingslagen: hoge en lage bomen, klimplanten, struiken, kruiden, bodembedekkers en knolgewassen. Door zoveel mogelijk lagen begroeiing bij elkaar te laten groeien, vang je per vierkante meter meer zon op en zorg je in totaal voor een hoger rendement. Ook onder de grond zijn er door diepteverschillen in wortelnetwerken verschillende lagen van de bodem waar de planten hun voedingsstoffen uit halen. Hierdoor concurreren planten minder met elkaar om voedingsstoffen en wordt de beschikbare grond efficiënter gebruikt.